
Ik maak ruimtelijke voorstellen waarin de gebruiker centraal staat. Dit doe ik door eindgebruikers te betrekken in het ontwerpproces en in het uiteindelijke ontwerp rekening te houden met hoe de ruimte gebruikt zal worden. Mijn werkwijze is interdisciplinair en gebaseerd op inzichten uit onder andere sociale psychologie, planologie en stedenbouwkunde.
Albert Einstein stelde dat ‘spelen de hoogste vorm van onderzoek is’ (“Play is the highest form of research”). Vanuit die gedachte werk ik graag met een spelende en experimenterende aanpak. Zo heb ik binnen mijn afstudeeropdracht een spel ontwikkeld om Groningse jongeren actief te betrekken bij het ontwerp van hun leefomgeving. Door het proces leuk en toegankelijk te maken, werden ze gestimuleerd om met frisse ideeën te komen—ideeën waar wij als projectteam anders nooit op waren gekomen.
Deze spelende benadering heb ik ook in andere werkomgevingen toegepast en telkens leidde het tot nieuwe inzichten. Bovendien sluit deze werkwijze aan bij mijn grotere doel: een Nederland waarin iedereen zich uitgenodigd voelt om mee te denken over hoe we onze leefomgeving kunnen verbeteren.
Binnen de stedenbouwkunde ligt mijn grootste interesse bij de wisselwerking tussen het ontwerp van de openbare ruimte en het dagelijks gebruik ervan. Bij de Nedersaksenlijn onderzoeken we bijvoorbeeld hoe de komst van deze nieuwe treinverbinding het leven van de inwoners in de regio zal beïnvloeden. Dit samenspel tussen ontwerp en gebruik vormt voor mij een belangrijke inspiratiebron bij het creëren van aangename en leefbare omgevingen.